ArcGIS Gebruikersgroep Nederland
  • Linkedin
  • Twitter
  • Home
  • Bestuur
  • Nieuws & Agenda
  • Over de AGGN
  • Lidmaatschap
  • Gebruikersdag
  • Nieuwsbrief
Home / Feed-aggregator / Bronnen /

GIS Nederland

Inhoud syndiceren
GIS Nederland: Feiten en meningen over ontwikkelingen op GIS gebied in Nederland en omstreken.
URL: http://gisnederland.blogspot.com/
Bijgewerkt: 3 uur 57 min geleden

De creatieve geoklasse

di, 02/21/2012 - 09:34
De economie zit in het slop, en op veel plaatsen wordt de creatieve klasse als een belangrijke motor gezien die de boel weer aan de gang kan krijgen. Is de geosector onderdeel van die creatieve klasse? Of is slechts een deel van de geosector dat?

In 2002 verscheen het befaamde boek "the rise of the creative class" van Richard Florida. Daarin hanteert de Amerikaanse socioloog twee definities van de creatieve klasse: een brede met "scientists, engineers, artists, cultural creatives, managers, professionals and engineers". In de smallere definitie worden de de engineers niet tot de creative class gerekend.
Florida's kernpunt is dat de creative sector vooral te vinden is in een stedelijk, open minded milieu. Hij onderscheid een creative core, die zich bezighoudt met "problem finding" en creative professionals die zich bezighouden met problem solving: de creatieve uitvoerders van ideeën van de creative core.

In de vorig jaar door GeoBusiness uitgegeven marktmonitor Geo sector in kaart 2009/2010 lees ik de volgende cijfers over de verdeling van de geosector naar activiteiten:

Geobedrijfsleven (obv Heliview research, 2008/2009):
- inmeten, inwinnen, opslaan (31% van de omzet)
- adviseren, onderzoeken, opleiden, communiceren (27%)
- verwerken, analyseren, modelleren, beheren (24%)
- presenteren, visualiseren, verrijken, distribueren (18%)
Voor de overheid een andere indeling (Research voor beleid, 2009/2010):
- inwinnen in terrein (31%, onbekend in welke eenheid...)
- verzamelen, bewerken, beheren (48%)
- ontwerp systemen (13%, maar bij provincies maar liefst 30%)
- management (8%)

Dat is wat we zelf als sector bij elkaar laten cijferen. De twee indelingen getuigen weliswaar van grote creativiteit in hun onvergelijkbaarheid, maar je haalt er nog niet veel uit over hoeveel procent van de ICT-sector creatief bezig is. Communiceren, presenteren, visualiseren door het bedrijfsleven lijken mij creatieve bezigheden (en wat moet ik van dat "verrijken" denken?), ontwerp van systemen (door overheden, doet het bedrijfsleven dat niet?) klinkt ook creatief.

Interessant is het om te zien hoe onder meer TNO (2010) en het CBS (2011) tegen de creatieve sector aankijken, en of zij vinden dat onze sector er toe behoort. Daarbij wreekt het zich dat landmeten én cartografie (met een "c") in de CBS standaard beroepenclassificatie (SBC) 1992 onder (weg- en water-)bouwkundige beroepen zijn geschaard. (dat is in de SBC 2010 trouwens nog steeds zo, alleen is de klassenaam inmiddels uitgebreid tot "beroepen in weg- en waterbouw en landmeetkunde"). Die weg- en waterbouwkunde wordt niet tot de creatieve sector gerekend door CBS en TNO, en de geo-beroepen dus ook niet.
Vallen kennisintensieve diensten (oa softwareontwikkeling en adviesbureaus IT) onder de kerndefinitie van creatieve industie? Wel volgens het EIM, maar niet volgens TNO, EZ/OCW en CBS. Wel volgens mij, zeker de softwareontwikkeling!

Zo wordt kartografie in ieder geval tekort gedaan: da's zo ongeveer de enige tak van sport waarvan de naam op "grafie" eindigt die door deze classificatie buiten de crea-boot valt. En ook bij de ontwerpers van (geo-)websites en geosoftware zit soms wel degelijk webdesign creativiteit (al zou het nog wel een onsje meer mogen zijn, maar het neemt toe!). Horen kartografen, (geo-)webdesigners en geo-software ontwikkelaars dan wel tot de creatieve klasse maar misschien niet tot de geosector en moeten deze creatieven hun heil niet zoeken bij IIP/Geo maar bij IIP/Creative? Of moet de geosector juist dit creatieve smaldeel van de sector tactisch inzetten: "wij van geo hebben creatieven in huis: dus de gehele sector behoort tot de creatieve klasse. En dus zijn wij aanjager van de economie".

Vol verwachting kijk ik alvast uit naar april 2012, wanneer de nieuwe geomarktmonitor van SAGeo en GeoBusiness Nederland uitkomt. Ik ben benieuwd hoe creatief onze sector daar wordt ingeschat.

En ondertusen merkte ik dat bij de VPRO-thema-avond over "Nederland van Boven" in het hoofdstedelijke cultuurcentrum De Zwijger de geosector wel degelijk vertegenwoordigd was. Vooral met kartografen, geo-webdesigners en open source ontwikkelaars!

De creatieve geoklasse

di, 02/21/2012 - 09:34
De economie zit in het slop, en op veel plaatsen wordt de creatieve klasse als een belangrijke motor gezien die de boel weer aan de gang kan krijgen. Is de geosector onderdeel van die creatieve klasse? Of is slechts een deel van de geosector dat?

In 2002 verscheen het befaamde boek "the rise of the creative class" van Richard Florida. Daarin hanteert de Amerikaanse socioloog twee definities van de creatieve klasse: een brede met "scientists, engineers, artists, cultural creatives, managers, professionals and engineers". In de smallere definitie worden de de engineers niet tot de creative class gerekend.
Florida's kernpunt is dat de creative sector vooral te vinden is in een stedelijk, open minded milieu. Hij onderscheid een creative core, die zich bezighoudt met "problem finding" en creative professionals die zich bezighouden met problem solving: de creatieve uitvoerders van ideeën van de creative core.

In de vorig jaar door GeoBusiness uitgegeven marktmonitor Geo sector in kaart 2009/2010 lees ik de volgende cijfers over de verdeling van de geosector naar activiteiten:

Geobedrijfsleven (obv Heliview research, 2008/2009):
- inmeten, inwinnen, opslaan (31% van de omzet)
- adviseren, onderzoeken, opleiden, communiceren (27%)
- verwerken, analyseren, modelleren, beheren (24%)
- presenteren, visualiseren, verrijken, distribueren (18%)
Voor de overheid een andere indeling (Research voor beleid, 2009/2010):
- inwinnen in terrein (31%, onbekend in welke eenheid...)
- verzamelen, bewerken, beheren (48%)
- ontwerp systemen (13%, maar bij provincies maar liefst 30%)
- management (8%)

Dat is wat we zelf als sector bij elkaar laten cijferen. De twee indelingen getuigen weliswaar van grote creativiteit in hun onvergelijkbaarheid, maar je haalt er nog niet veel uit over hoeveel procent van de ICT-sector creatief bezig is. Communiceren, presenteren, visualiseren door het bedrijfsleven lijken mij creatieve bezigheden (en wat moet ik van dat "verrijken" denken?), ontwerp van systemen (door overheden, doet het bedrijfsleven dat niet?) klinkt ook creatief.

Interessant is het om te zien hoe onder meer TNO (2010) en het CBS (2011) tegen de creatieve sector aankijken, en of zij vinden dat onze sector er toe behoort. Daarbij wreekt het zich dat landmeten én cartografie (met een "c") in de CBS standaard beroepenclassificatie (SBC) 1992 onder (weg- en water-)bouwkundige beroepen zijn geschaard. (dat is in de SBC 2010 trouwens nog steeds zo, alleen is de klassenaam inmiddels uitgebreid tot "beroepen in weg- en waterbouw en landmeetkunde"). Die weg- en waterbouwkunde wordt niet tot de creatieve sector gerekend door CBS en TNO, en de geo-beroepen dus ook niet.
Vallen kennisintensieve diensten (oa softwareontwikkeling en adviesbureaus IT) onder de kerndefinitie van creatieve industie? Wel volgens het EIM, maar niet volgens TNO, EZ/OCW en CBS. Wel volgens mij, zeker de softwareontwikkeling!

Zo wordt kartografie in ieder geval tekort gedaan: da's zo ongeveer de enige tak van sport waarvan de naam op "grafie" eindigt die door deze classificatie buiten de crea-boot valt. En ook bij de ontwerpers van (geo-)websites en geosoftware zit soms wel degelijk webdesign creativiteit (al zou het nog wel een onsje meer mogen zijn, maar het neemt toe!). Horen kartografen, (geo-)webdesigners en geo-software ontwikkelaars dan wel tot de creatieve klasse maar misschien niet tot de geosector en moeten deze creatieven hun heil niet zoeken bij IIP/Geo maar bij IIP/Creative? Of moet de geosector juist dit creatieve smaldeel van de sector tactisch inzetten: "wij van geo hebben creatieven in huis: dus de gehele sector behoort tot de creatieve klasse. En dus zijn wij aanjager van de economie".

Vol verwachting kijk ik alvast uit naar april 2012, wanneer de nieuwe geomarktmonitor van SAGeo en GeoBusiness Nederland uitkomt. Ik ben benieuwd hoe creatief onze sector daar wordt ingeschat.

En ondertusen merkte ik dat bij de VPRO-thema-avond over "Nederland van Boven" in het hoofdstedelijke cultuurcentrum De Zwijger de geosector wel degelijk vertegenwoordigd was. Vooral met kartografen, geo-webdesigners en open source ontwikkelaars!

Schaatskoorts

zo, 02/19/2012 - 18:30
Nu de schaatsen weer ingevet in de kast liggen een goed moment om terug te kijken op de combinatie van schaatskoorts en geo-informatie. Als natuurijsliefhebber ben ik a) geïnteresseerd in de dikte van het ijs, b) in fijn geveegde sloten, vaarten en riviertjes en c) in de mate waarin mede-schaatsers op weg zijn naar het stuk ijs dat ik zelf voor ogen heb.

Voor het eerste heeft Grontmij (ijs)baanbrekend werk verricht door een werknemer bij het zwakste punt van het Elfstedenijs (bij Balk) door middel van een speciale radar de ijsdikte te laten meten.

Een overzicht van beschaatsbare plekken wordt al een aantal jaar crowdsourcenderwijs op de schaatskaart van Erik Ekkel weergegeven. Dit jaar voor het eerst op het Crowdmap platform, waarachter de Open Source techniek van Ushahidi schuil gaat. Wellicht bij sommigen bekend van natuurrampen en politieke omwentelingen.
De schaatskaart weet echter in korte tijd zoveel bezoekers te trekken dat Erik Ekkel zich genoodzaakt zag terug te vallen op het aloude Google platform. Jammer, want dat biedt minder functionaliteit.
Zo lijkt de schaatskaart mij een een prima testcase voor een landelijke of regionale rampensite: hoeveel bandbreedte en servercapaciteit is er nodig om zo'n pieksite in de lucht te houden, en hoe kun je in noodgevallen de vorm en inhoud simplificeren zodat weliswaar minder informatie wordt overgedragen, maar nog wel de gehele doelgroep wordt bereikt. Volgende winter het IcaWeb openstellen voor de schaatskaart?

Een andere optie voor het verzamelen van beschaatstbare plekken zou OpenStreetMap (OSM) kunnen zijn. Maar misschien zijn daarvoor de geveegde ijsvlakten té dynamisch: de wel in OSM opgenomen fiets- en wandelroutes zijn stukken bestendiger. Grappig: in OSM zit wel een objecttype skating, maar in het Nederlands als skaten (inline, op wieltjes) geïnterpreteerd te worden.

En tenslotte de te verwachten drukte. De op mobiele telefoons gebaseerde live verkeersinformatie van TomTom gaf bijzondere beelden, met files bij Loosdracht, Giethoorn, Ankeveen en Broek in Waterland. Mooi om daar een data-analyse op los te laten: gaan Amsterdammers om te schaatsen Noord-Holland in, of zakken ze af naar Vinkeveen of Loosdrecht? En doen ze dat pas om twaalf uur, bijkomend van een avondje stappen, terwijl de autochtone Broek-in-Waterlanders en Ankeveners al bij de eerste zonnestralen om half acht het maagdelijke ijs betreden? Dat lijkt me een mooi onderwerp voor de ultieme aflevering van Nederland van Boven: nederlanders op het ijs.

Google Earth als bewijsmateriaal

zo, 02/19/2012 - 18:30
Interessante rechtspraak: de rechtbank in 's Gravenhage vindt dat het gebruik van de luchtfoto's in Google Earth als bewijsmateriaal is toegestaan. Met als argument dat dit beeldmateriaal voor iedereen toegankelijk is en derhalvre niet als een bijzonder technisch middel kan worden aangemerkt.

Wat nog voor het toestaan van dit gebruikt pleit is het feit dat dit soort bewijsmateriaal niet continue wordt verzameld: luchtfoto's worden normaal gesproken maar 1 of 2 keer per jaar gevlogen

Deze uitspraak betekent dat het publiceren van hoge resolutie luchtfoto's (of cycloramas) door een gemeente op de eigen (of andermans) website er toe leidt dat dit materiaal als bewijsmateriaal mag worden gebruikt.
Uw plaatselijke hoofdcommisaris zegt: "kom maar snel op met die gemeentelijke GIS viewer voor internet!"

How to lie with apps

do, 12/29/2011 - 12:25
2011, het jaar dat het "Open Data" virus wild om zich heen greep. Na de eerste euforie over het open stellen van datasets van overheden en andere bonafide bronhouders komt de discussie op gang wat voor effecten het vrij geven van data kan hebben. Van "open data" naar "open informatie blijkt nog een flinke weg. En dat terwijl de "open data" beweging juist een transparanate overheid voor ogen staat!

Onder meer bij de aftrap van de Haagse en Zuidhollandse Open Data wedstrijd (IMOD - Innoveren met Open Data) borrelde deze discussie op. Hoe kun je er als argeloze gebruiker van uitgaan dat de maker de belangenloos door gemeentelijke of provinciale ambtenaar beschikbaar gestelde data ook op verantwoorde wijze in de creatieve App weergeeft?

Die App-bakker kan te goeder trouw zijn, maar de vakkennis missen om de data juist te interpreteren. Bij geluids- en fijnstofoverlast is het vaak lastig uitleggen van individuele metingen een iets ander resultaat opleveren dan modelberekeningen. Discussies rond de overlast van Schiphol hebben het de modeljongens en meisjes niet gemakkelijker gemaakt: als modelbouwer ben je per definitie al verdacht.

Een malafide App-bouwer kan naar eigen idee een selectie uit de aanboden open data maken en weergeven. Door een slimme definitie van de begin, eind en tussenliggende jaren van een tijdsreek kun je op basis van CBS data de werkelijkheid een aardig eind naar je hand zetten.

En er zijn ook App ontwikkelaars die gewoon slordig zijn en niet opmerken dat de data incompleet is, maar in de App deze databeperking niet aan de gebruiker kenbaar maken. Apps en websites die ongetwijfeld goedbedoeld AED (defibrillatoren) weergeven die slechts vanuit éen bron bekend zijn weergeven zijn daar een voorbeld van. Vervelend als je met de acute hartritmestoornis 2 kilometer naar het zuiden wordt gestuurd, terwijl 10 meter naar het noorden er ook een AED beschikbaar is, maar nog niet in de App is opgenomen.
vergelijk de aedkaart maar eens met het AED overzicht van UMC St. Radboud.
Het laatste nieuws in de aedkaart-blog meldt dat de 1000e AED aangemeld is. Maar dat bericht is al weer een jaar oud. Er ziten inmiddels 1082 AEDs in die database. de Radboud heeft er ruim 10x zo veel gevonden. En maakt daarbij onderscheid tussen gevalideerde en nog niet gevalideerde AEDs (of je daar in doodsnood veel mee kunt vraag ik me af), én in de openingstijden van het gebouw waar een AED beschikbaar is.

OK, die AED kaart is vooral het resultaat van crowdsourcing, wat weer net wat anders is dan open data. Maar hoever reikt de verantwoordelijkheid van de App bouwer? Houdt die op bij de App an sich? En staat er ergens in het info-scherm "gebaseerd op data van de gemeente Appingedam", waarmee de gemeente de Zwarte Piet krijgt doorgespeeld. Of heeft de App bouwer wel een eigen verantwoordelijkheid (of zelfs aansprakelijkheid) ten aanzien van de weergegeven data.

"How to lie with maps" van Mark Monmonier is een klassiek boek in de kartografie, "How to lie with Apps" zou wel eens de 21e eeuwse opvolger kunnen worden. tot die tijd kan ik de App bouwers de werken van Edward Tufte aanraden.

Voor het melden van spraakmakende, leuke, ergernniswekkende en anderszins tenenkrommende kun je terecht bij de discussie op de LinkedIn Open data groep

GIS in the cloud: door de bomen de wolken niet meer zien

di, 12/20/2011 - 17:27
Als nietsvermoedende GIS adviseur wordt je tegenwoordig van alle kanten bestookt met cloudinaanse oplossingen.
Esri bombardeert de GIS gemeenschap met de mogelijkheden van ArcGIS Online. Daarbij wordt het brede publiek, pakweg de gebruikers van al die open data die overheden tegenwoordig ruimhartig over de burgers uitstrooien ook benaderd. Maar binnenkort onder de titel "ArcGIS for Organizations" ook in een vorm waarbij ArcGIS Online een deel van je professionele geo-infrastructuur kan overnemen.

Meer functionaliteit (en dus ook meer beheerslast) bieden SAAS oplossingen zoals die Grontmij, Esri en anderen met ArcGIS Server, al dan niet met GeoWeb er boven op, leveren. De server staat niet meer bij jouw gemeente in de kelder maar in De Bilt of Rotterdam. Of misschien een kant-en-klare Portal for ArcGIS, lekker binnen de veilige firewall van je eigen organisatie. Of toch die kant-en-klare opossing liever in eigen beheer, draaiend op een virtuele EC2 server bij Amazon?

Verder timmert www.giscloud.com flink aan de weg. Ziet eruit als en voelt aan als ArcGIS Online.

En dan de data: al dat lekkers dat PDOK biedt wil je toch ook niet links laten liggen. Natuurlijk kun je dat eerst zelf in ArcGIS Online of GISCloud opnemen, maar dan ben je niet alleen dubbel werk aan het verrichten, maar wordt je cloudketen een aaneenschakeling van meer en meer schakels, en dus kwetsbaarder. Uptime uit SLA ARCGIS Online maal Uptime uit SLA PDOK maal Uptime uit je eigen infrastructuur: houd je dan nog wel wat over?

Gecompliceerde, dus leuke, ontwikkelingen. Voer voor een liefst onafhankelijke conferentie waarin al deze oplossingsaanbieders mogen aangeven hoe ze gezamelijk de ideale geo-informatieinfrastructuur vormen.

Geomingo

di, 12/20/2011 - 15:51
Dankzij initiatief en gastvrijheid (lekkere broodjes!) van GeoNovum zaten zo'n 25 geo-vertegenwoordigers van diverse gemeenten, andere overheden, georganiseerd en ongeorganiseerd bedrijfsleven en ontwikkelaars bijeen over het vraagstuk "hoe nu verder met GeoZet?".
Moeten we streven naar een uniforme geoviewers voor de gehele overheid? Of zelfs breder? Want dat Nederland te klein is om allerlei eigen viewers te laten ontwikkelen is iets waar we het aardig over eens zijn.

Wat moet zo'n viewer dan -op basis van standaarden- kunnen en zijn? Voldoen aan webrichtlijnen / geïntegreerd met een content management systeem / op basis van open source / gereed om open data te ontsluiten / gemakkelijk configureerbaar / ook als SAAS leverbaar / ondersteund door een levende community / voortvarend gepromoot / met een helder licensiemodel. En dan houd ik nog voor me dat ik voor onze Haagse open data op zoek ben naar een integratie van dataportalen als NGR en data.overheid.nl.
Eerst divergeren met de wensen, het convergeren komt later wel. Hoop ik.

Er is al heel veel op dit gebied, zowel producten (Esri's GeoCMS, Geozet, Flamingo, als diverse maatwerkoplossingen zoals de Geo-CMS integratie op basis van ArcGIS en GX in de gemeente Den Haag. Zowel kennis als communities.
Eens kijken of we al die requirements kunnen verzamelen, er een "grootste gemene functionele behoeftestelling" uit kunnen distilleren en dit aan diverse overheden voorleggen met de vraag: "hoe blij wordt u als we in deze behoeftestelling voorzien". En bij positieve reacties de boer op om -al dan niet op basis van een bestaand product- in die behoefte te voorzien.
Beetje GovUnited-achtig. Maar dan hopelijk zonder financieringsprobleem.

Wat losse bemerkingen uit en rond deze meeting:
- GeoZet heeft (okee, met de huidige beperkingen dat het alleen punten toont) het voldoen aan de webrichtlijnen als unique selling point. Flamingo had in het verleden usability als sterk punt, maar is daarbij in de laatste jaren ingehaald;
- Velen hebben het gevoel dat GeoZet en Flamingo bij elkaar brengen zeer zinvol is, maar ik bespeur nog weinig toenadering:
- GeoZet is een term die 2 ladingen dekt: soms wordt de software bedoeld, soms het turn-key systeem van viewer met daarbij het onderliggende systeem van gevulde geocodeerservice en kaartachtergrond;
- Er is tot dusverre geen partij te vinden die deze geo-informatie-infrastructuur kar enthousiast trekt. Iedereen wil wel meewerken, maar de grote Geoleider moet nog opstaan;
- de Nederlandse communities zijn klein, maar de internationale community rond de geo-CMS koppeling op basis van Openlayers en Drupal schreeuwt ook om uitbreiding
- er zat alleen geo aan tafel. Volgende keer graag ook webredacteuren en communicanten: dat zijn immers degenen die de behoefte bepalen!

IMOD: Haagse en Zuidhollandse OpenData

zo, 12/18/2011 - 19:33
Onder de titel "Innoveren met Open Data (IMOD)" zijn we in Den Haag ook aan de slag met Open Data. Afgelopen vrijdag was de aftrap voor de wedstrijd die in februari 2012 een winnaar moet opleveren. Opmerkelijke zaken van deze middag en vooravond:

1. Een wervelend verhaal van Bert Mulder (lector aan de Haagse Hogeschool), waarin hij betoogt dat "wcfinder" en "wipkipvinder" quasi-noodzakelijke stappen zijn naar echte waardevermeerdering door linked open data, én waarin kansen die open data
biedt worden gekoppeld aan de terugtredende overheid;

2. Mooi om te zien: de trots bij data-eigenaren die hun "bezit" enthousiast aan de menigte presenteren (TOD - Trots Op Data?);

3. Een 9-5 locatie (in dit geval de Haagse Hogeschool) heeft met een borrel na afloop per definitie een hoger nachtkaars gehalte dan een horecalocatie annex cultuurcentrum zoals de hoofdstedelijke Waag of Pakhuis De Zwijger;

4. Vraag en aanbod bij elkaar brengen tijdens zo'n event is lastig als er niet meteen met het gepresenteerde aanbod aan de gang wordt gegaan. Een hands-on event maakt dat ontwikkelaars eerder worden gedwongen contact te zoeken met de data-aanbieders;

5. Vindbaarheid is een belangrijk issue: de diverse registers (open.overheid.nl, Provinciaal- (PGR), Nationaal Georegister (NGR) zijn bomen die gebruikers het bos niet meer doen zien. Overigens ook voor data-aanbieders een labyrinth;

6. Kip of ei: eerst de (overheids-)data vrijgeven (actie:provincie/gemeente)? Of eerst de toepassing laten zien (actie: ontwikkelaar)? Een "Apps"-wedstrijd moet deze patstelling idealiter doorbreken. Dat vraagt om een open mind bij zowel data-aanbieders als bij data-vragers: niet "open data" als fundamentalistisch uitgangspunt maar laten zien wat de toegevoegde waarde er van is;

7. De overheid heeft nu een vaak een datamonopolie waar communicatieve waarde aan wordt toegoevoegd, zoals de huisvuilkalender met tips over recycling. Met een "open huisvuilkalender" mis je als overheid de kans op die toegevoegde waarde.
Waarmee je raakt aan de essentie van de rol van de overheid;

8. "How to lie with statistics": hoe voorkomt je dat je als data-aanbieder lijdzaam moet toezien hoe jouw neutrale (?) data partijdig/dubieus/verkeerd geinterpreteerd wordt weergegeven terwijl jouw naam er wel als bronvermelding onder staat?

9. Topografie of thema? Ontwikkelaars/gebruikers zijn geïnteresseerd in scholen/bibliotheken/tramhaltes als thema's: een fysiek bestaande halte die niet meer door een tram- of buslijn wordt aangedaan is nauwelijks relevant

Alle zegen komt van boven

wo, 12/07/2011 - 21:26
Dit jaar was niet 5 december maar de dag er na de grote dag om naar uit te kijken: de eerste uitzending van de VPRO serie Nederland van Boven. In met name de geo-wereld klopte ons hart vol verwachting.
Worden die hoge verwachtingen nu waargemaakt?

Er werd gisteren een hele berg cijfers en feiten over de kijkers uitgestrooid: 7000 km rails, ook zoiets aan wissels. Soms werden die abstracte cijfers vertaald naar iets tastbaars: 2700 zwembaden vol water die we per dag verbruiken. Waarbij ik moeite heb om me 2700 zwembaden naast elkaar voor te stellen. Ik miste de duiding: hoe verhoudt zich dat tot 20 jaar geleden, of tot pakweg Portugal, Polen of Peru.

Nederland van Boven ziet er vooral erg geordend uit. De Amerikaanse astronauten die in de jaren zestig rondjes draaiden rond Moeder Aarde vonden haar ook "so beautiful". Als je maar genoeg afstand neemt wordt het beeld vanzelf geordend, en blijkbaar vinden we dat prettig. Het is een Nederland van "gaat u maar gerust slapen, alles is onder controle". Een bijna Balkenende-achtige of zelfs Colijniaanse boodschap. Dat is een bijzondere boodschap voor de VPRO, die met programma's als Tegenlicht en Argos toch juist de punten waar het in de maatschappij wringt onder de aandacht wil brengen.

Diverse twitteraars maakten de vergelijking met Godfrey Reggio's film Koyaanisqatsi. Da's bijzonder, omdat Koyaanisqatsi in de taal van de Hopi-Indianen juist iets betekent als "leven in gekte, leven in onrust, leven in onbalans, leven in desintegratie, een manier van leven die vraagt om een andere manier van leven". In die film wordt niet alleen van boven maar ook van beneden gekeken waardoor achter de ogenschijnlijke ordening van bijvoorbeeld de flatwijk Pruitt-Igoe in St. Louis chaos en verval blikt te liggen. Zoals in die keurig door het Groene Hart voortsnellende treinen uit NL van Boven forensen samengeperst staan, en zich in de individuele auto's in die keurige file een hoop stress zit (zoals ooit door Michiel van Erp in beeld gebracht).

't Is ook nogal een verschil of achter de beelden de dreigende muziek van Philip Glass zit, zoals in Koyaanisqatsi, of de zalvende schoolTV stem van Roel Bentz van den Berg. Had Spinvis niet de soundtrack voor NL van Boven kunnen maken?

Nog 9 afleveringen te gaan. Ik hoop nog op spectaculaire visualisaties zoals we die nog kennen uit Al Gore's "An Inconvenient Truth" én op iets meer diepgang en kritische noten. Anders blijft NL van Boven hangen in een overigens prettig visueel VVV-behang. Waarbij voor geografen de lol 'm vooral in het feest der herkenning zit: het vóórdat de commentaarstem uitlegt dat je naar de A12 kíjkt je dat zelf al geconstateerd hebt.

Weg met Geozet! Papieren bekendmakingen willen we!

do, 11/10/2011 - 21:59
De overheids geozoek- en toondienst GeoZet (voor alle bekendmakingen als vergunningen etc.) is nauwelijks gereed, of het Amsterdamse stadsdeel Centrum maakt een beweging de andere kant uit. In de stadsdeelraad is besloten de openbare bekendmakingen niet alleen via het 2-wekelijkse stadsdeelnieuws te presenteren, maar voor de tussenliggende weken ook op papier via de wijkcentra te verspreiden.

Voor het geval u dit niet gelooft: lees dit bericht zelf in de stadsdeelkrant. Nog beter: print die PDF, en lees het bericht vanaf papier.

De belangrijkste reden is dat voor sommige aanvragen een bezwaartermijn van 2 weken geldt, wat er bij een bekendmakingsfrequentie van eens in de 2 weken (via de stadsdeelkrant) toe zou leiden dat op het moment dat ik lees dat mijn buurman een verdieping op zijn huis gaat zetten de bezwaartermijn zo goed als verstreken is. (nu woon ik zelf in een appartementencomplex, maar het principe zal u duidelijk zijn.)

Blijkbaar worden de altijd up-to-date digitale bekendmakingen in het Amsterdamse stadsdeel Centrum niet als volwaardige vervanging van de papieren versie worden beschouwd. Zit het centrum wellicht vol digibeten?

De onvolprezen burgermonitor leert wel dat een overigens verrassend groot deel van de totale hoofdstedelijke bevolking het zonder internettoegang moet stellen. In 2010 zat 9% van de Amsterdammers geheel zonder internetverbinding (thuis, op school of werk) en 12% moet het thuis onder internet stellen. In de overwegend blanke hoogopgeleide grachtengordelbevolking zal dit internetgemis echter veel lager liggen.

Wat bieden die wijkcentra ("huis van de buurt") waar die papieren bekendmakingen liggen eigenlijk? Ik citeer (van www.huisvandebuurt.nl) "Het Huis van de Buurt biedt faciliteiten om te vergaderen, kopiëren en veel meer. Ook ligt er veel informatie ter inzage en is er een ontvangstruimte waar gebruik gemaakt kan worden van internet en een kop koffie of thee kan worden gedronken."
OK, ik kan er dus van internet gebruik maken, maar het stadsdeel is zo vriendelijk de halve website van het stadsdeel vast voor mij uit te printen. Handig!

Misschien nog handiger om de hostingkosten van www.centrum.amsterdam.nl uit te sparen en de website iedere week integraal uitgeprint en wel huis-aan-huis te verspreiden.

Laatste Nieuws & Agenda

04 februari 2012
Gebruikersmiddag 23 februari 2012: AppLab – Creëer uw eigen services in ArcGIS online
Beste ArcGIS gebruiker, Wellicht bent U al bekend met de term ‘AppLab’; dit is een...
Notulen ALV beschikbaar als PDF
Presentaties AGGN gebruikersmiddag...
AGGN gebruikersmiddag 1 november...
Algemene ledenvergadering tijdens...

Lees alle nieuws & Agenda punten, klik hier

© Copyright 2012 ArcGIS Gebruikersgroep Nederland